![]()
CBS-data over zzp en uitstroom in de zorg: niet nieuw, maar vakkundig genegeerd
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft data gepubliceerd die inzicht geeft in de loopbaan bewegingen tussen loondienst en zzp in de zorg over de periode 2011–2023. De CBS-data laat vooral zien hoe zorgprofessionals zich verplaatst hebben tussen werkvormen. De uitkomsten onderstrepen de rol van zelfstandig ondernemerschap in de zorg in het behoud van professionals voor de sector.
Ontmoediging van zzp vergroot het risico op uitstroom
Terwijl politiek en polder het vaste dienstverband blijven positioneren als ‘de norm’, laten CBS-gegevens over de periode 2011 – 2023 zien dat zorgprofessionals zich voortdurend verplaatsen tussen werkvormen. De overstap naar zzp blijkt geen kortstondige vlucht uit loondienst, maar een bewuste zoektocht naar een duurzame manier om in de sector te blijven werken. De data laten zien dat zelfstandigheid voor veel professionals een werkvorm is die stabiliteit biedt binnen de loopbaan. Beleidsmaatregelen die deze werkvorm belemmeren, vergroten daarmee het risico dat professionals niet terugkeren naar loondienst, maar de sector geheel verlaten. Vanuit dat perspectief is zzp geen oorzaak van leegloop uit dienstverband, maar een mechanisme dat uitstroom juist langdurig heeft afgeremd.
CBS dataset in het kort
In de periode 2011–2023 was de jaarlijkse instroom van werknemers naar zzp aanzienlijk groter dan de uitstroom van zzp terug naar loondienst;
Van de werknemers die de overstap naar zzp maakten, had het merendeel bij de start een vast dienstverband;
Overstappers naar zzp kwamen relatief vaak uit loondienst met een grotere contractomvang dan gebruikelijk binnen de sector;
Ongeveer een kwart van de zzp-instromers combineerde zelfstandigheid eerst met een dienstverband in het jaar voorafgaand aan volledige zelfstandigheid;
Zelfstandigheid blijkt stabiel over de tijd: 87% van de zzp’ers is na één jaar nog zelfstandig actief en ongeveer 80% na vijf jaar;
De instroom naar zelfstandigheid is sterk toegenomen onder jongere leeftijdsgroepen, met name onder professionals jonger dan 35 jaar.
Zorgsector verzelfstandigde steeds sneller
De cijfers over 2011 – 2023 laten zien dat de zorgsector in een snel tempo aan het ‘verzelfstandigen’ was. Het aantal overstappers van dienstverband naar zzp lag in 2016 bijna de helft lager dan In 2022. Het aantal professionals dat (terug) overstapte van zzp naar dienstverband, lag vijf maal zo laag als andersom. Daarmee wordt aangetoond dat het traditionele dienstverband in razend tempo terrein verloor aan het zzp-model. Dit komt niet zozeer door de aantrekkingskracht van ondernemerschap, maar missende elementen in het dienstverband. Dit stelde eerder onderzoek door CBS & AZW al vast.
De CBS-gegevens over de periode 2011–2023 laten zien dat het aantal zorgprofessionals dat de overstap maakte van loondienst naar zelfstandigheid in de loop der jaren is toegenomen. In 2022 lag het aantal overstappers naar zzp aanzienlijk hoger dan in 2016, terwijl de beweging van zzp naar dienstverband heel beperkt bleef. Dit wijst erop dat het traditionele dienstverband binnen de zorgsector veel terrein heeft verloren aan zelfstandigheid als werkvorm. Je zou ook kunnen stellen dat de omstandigheden in een vast dienstverband in de periode ’11 – ’23 zijn verslechterd en dus de uitstroom heeft bevorderd. Eerder CBS- en AZW-onderzoek koppelde instroom aan zzp aan ontbrekende ingrediënten van het vaste dienstverband. Denk hierbij aan de klassiekers ‘flexibiliteit’, ‘zeggenschap’, of ‘werk en privé balans’.
Hybride start, duurzaam zorgondernemerschap
De CBS-gegevens over loopbaanpaden laten zien dat de instroom in zelfstandigheid binnen de zorg, start met een combinatie van zzp en loondienst. Ongeveer 26% van de professionals die uiteindelijk volledig zelfstandig werd, combineerde in het jaar voorafgaand aan de overstap een dienstverband met werkzaamheden als zelfstandige. Na de overgang naar volledige zelfstandigheid blijkt deze werkvorm voor het merendeel van de betrokken professionals stabiel. Zo’n 87% van de zelfstandigen is één jaar na instroom nog steeds actief als zzp’er, terwijl na vijf jaar ongeveer 80% zelfstandig werkzaam blijft. De uitstroom vanuit zelfstandigheid terug naar een volledig dienstverband blijft in vergelijking daarmee beperkt. Dit laat zien dat zelfstandigheid in de zorgsector voor een groot deel van de instromers geen tijdelijke fase vormt, maar een structurele positie inneemt binnen hun loopbaan. De data laat zien dat terugkeer naar een dienstverband na het werken als zelfstandige relatief weinig voorkomt.
Vooral jongere generaties minder geneigd tot vast dienstverband
De CBS-gegevens over de periode 2011–2023 laten zien dat de instroom in zelfstandigheid binnen de zorgsector relatief sterk is toegenomen onder jongere professionals. Met name in de leeftijdsgroep jonger dan 25 jaar nam het aantal overstappers van loondienst naar zzp tussen 2016 en 2022 sterk toe. Ook binnen de groep 25 tot 35 jaar is in deze periode sprake van een duidelijke groei van de instroom in zelfstandigheid. Daarnaast laten de loopbaanpaden zien dat jongere zorgprofessionals eerder in hun loopbaan de overstap naar zelfstandigheid maken dan oudere leeftijdsgroepen. Dit heeft mogelijk te maken met de generatie gebonden behoefte aan flexibiliteit, inspraak en werk- en privé balans. Waar zelfstandigheid vroeger pas later in de loopbaan voorkwam, verschoof het instroom moment bij jongere generaties naar een kortere periode na de start in loondienst.
Bij dwang ligt loondienst niet voor de hand
Het hardnekkige polderverhaal van vakbonden, het ministerie van Volksgezondheid en het ministerie van Sociale Zaken is dat zzp’ers in de zorg vanzelf terugkeren in loondienst als de druk maar hoog genoeg wordt opgevoerd. Bij minder ruimte en meer handhaving komt het vaste contract vast wel weer in beeld. De CBS-cijfers over 2011–2023 laten iets totaal anders zien. In die periode fungeerde het zzp-schap al als de laatste functionerende verbinding tussen zorgprofessionals en de sector. Ongeveer driekwart van de professionals die de overstap naar zzp maakte, bleef aanvankelijk werkzaam in de zorg. Daarmee hield zelfstandigheid mensen vast die anders al eerder waren vertrokken. Zzp voorkwam uitstroom, zo stellen we al langer.
Niet nieuw, nog steeds genegeerd
De CBS-data bevestigen wat al jaren bekend is. In de periode 2011–2023 beschrijven talloze rapporten, onderzoeken en evaluaties consequent dezelfde drijfveren van zorgprofessionals. De behoefte aan autonomie, zeggenschap over werkdruk en ruimte voor vakmanschap is niet nieuw. De aantrekkingskracht van het zzp-schap ook niet. In diezelfde periode bleef de loonkloof bestaan en bood het vaste dienstverband voor veel professionals onvoldoende perspectief. De structurele tekortkomingen van het vaste dienstverband zijn daarmee al lange tijd bekend.
De loopbaanbewegingen die nu zelf statistisch zichtbaar zijn gemaakt, zijn het logische gevolg van gedrag dat zorgprofessionals al jaren consistent vertonen. Dat deze patronen structureel worden genegeerd, is geen kwestie van een gebrek aan kennis, maar van bestuurlijke keuzes. Keuzes die in 2025 met de intensivering van de handhaving op schijnzelfstandigheid, verder zijn aangescherpt. Beleidsmakers, vakbonden, wetenschappers en bestuurders die blijven sturen op het dogma ‘vast dienstverband = de norm’, terwijl het gedrag van professionals aantoonbaar een andere richting uitgaat, dragen verantwoordelijkheid voor de uitstroom die inmiddels volgt. De cijfers onderstrepen slechts wat al jarenlang bekend is.
Bron: zzp-erindezorg.nl