MediConnect

 

VVD-minister tevreden met daling zorg zzp’ers, ondanks problemen continuïteit en kwaliteit

De zorg kan niet zonder zelfstandigen, maar het ministerie van VWS doet alsof minder zzp inzet geen enkel probleem oplevert. Antwoorden op Kamervragen laten zien hoe ook een VVD-minister beloftes vergeet, cijfers negeert en het ondernemerschap in de zorg op voorhand als ‘schijn’ ziet. De kloof tussen de Haagse redenatie en de dagelijkse praktijk in zorgorganisaties wordt daarmee pijnlijk zichtbaar.

VVD belooft zzp’ers vrijheid, behalve bij ministerschap

Het aantal zzp’ers daalde in kwartaal 4 van ’24 en het eerste kwartaal van ’25. Hoe kijkt de minister naar die ontwikkeling? Antwoorden op Kamervragen op het AD artikel ‘afname van het aantal zzp’ers in thuiszorg en kinderopvang door strenger optreden tegen schijnzelfstandigheid’, leverde deze antwoorden op. De vijfde minister van VWS binnen het kabinet Schoof, heet Jan Anthonie Bruijn en is van de VVD. De teneur van de antwoorden is dat ook deze nieuwe minister de gevolgen van de aanpak op schijnzelfstandigheid omarmt. Dat is opvallend.

De VVD presenteert zich in haar verkiezingsprogramma en debatten namelijk als voorvechter van ondernemerschap en keuzevrijheid voor zelfstandigen. De partij suggereert te streven naar minder regeldruk, ruimte voor ondernemerschap en het beschermen van het recht om zzp’er te zijn. Deze beloftes van de VVD als politieke partij vormen een sterk contrast met de houding tegenover zzp’ers in de zorg door de nieuwe VVD minister.

Daling aantal zzp’ers door schijnzelfstandigheid

Waar komt de afname van het aantal zzp’ers in de zorg vandaan? De minister wijst er in de beantwoording van vragen op dat de daling sinds 1 januari 2025 samenhangt met het einde van het handhavingsmoratorium. Volgens hem is er “niets veranderd aan de wet- en regelgeving” en houden organisaties hun arbeidsrelaties opnieuw tegen het licht. Daarmee suggereert de minister dat de oorzaak van minder zzp inzet veroorzaakt wordt door de arbeidsrelatie opnieuw te bekijken.

De VVD minister laat hierbij onbenoemd dat de daling van de inzet van zzp’ers niet door bewezen schijnzelfstandigheid wordt veroorzaakt, maar door angst en onzekerheid onder opdrachtgevers veroorzaakt wordt. Op voorhand zien opdrachtgevers af van zzp inzet. Een feit waar VVD collega Thierry Aartsen juist maandenlang de publiciteit mee zocht. “Veel bedrijven weten simpelweg niet meer wat wel en niet mag,” stelde VVD Kamerlid Aartsen nog in mei 2025. Partijleider Yeşilgöz vroeg eind vorige week nog om ‘duidelijkheid voor zzp’ers‘.

Positieve zzp daling zonder onderbouwing

De minister van VWS stelt dat de afname van zzp’ers in de zorg en kinderopvang “in beginsel een positieve ontwikkeling” is, omdat dit zou betekenen dat er minder schijnzelfstandigen actief zijn in de zorg. Terwijl niet bewezen is of er sprake is van schijnzelfstandigheid. In dezelfde Kamervragen erkent de minister dat er geen cijfers beschikbaar zijn over wie schijnzelfstandig is, of zij de sector hebben verlaten en wie voor een dienstverband koos. Het kabinet wacht nog op CBS-onderzoek later dit jaar. De minister noemt de ontwikkeling van minder zzp’ers dus alvast positief, zonder dat bekend is welke keuzes deze ervaren zorgprofessionals sinds 1 januari 2025 gemaakt hebben.

ZZP uitstroom leidt niet tot personeelskrapte

Zijn er dan zorgen over beddensluiting of minder zorgcapaciteit door het belemmeren van tienduizenden zzp’ers in die zorg? De minister stelt dat de uitstroom van zzp’ers geen reden hoeft te zijn voor acute tekorten. “Een afname van het aantal zzp’ers in de thuiszorg en kinderopvang betekent niet per se een afname van het aantal werkenden in deze branches. Uitstroom van zzp’ers hoeft dus geen invloed te hebben op het beschikbare arbeidspotentieel.” Zonder dat de minister bewijs heeft, gaat zij er vanuit dat veel professionals blijven in de sector. Niet langer als zelfstandige, maar in loondienst of via een uitzendbureau. Hier zijn eveneens geen cijfers over beschikbaar. Minder zelfstandigen betekent niet automatisch minder handen aan het bed of in de groep. Signalen uit de praktijk zoals minder douchen, opnamestops, cultuurproblemen en gaten in het rooster worden door de minister genegeerd.

Minister en vakbonden samen tegen zorgwerkgevers

Zowel de vakbond CNV als de vakbond FNV wezen de afgelopen maand op de gevolgen van zzp stops voor de zorg en wezen hiervoor een grote schuldige aan. Werkgevers in de zorg zouden volgens hen eindelijk serieus werk moeten maken van “goed werkgeverschap”. De minister van VWS sluit nu aan bij deze lijn en schuift de verantwoordelijkheid volledig naar werkgevers. Daarmee ontstaat een opmerkelijk verbond. De gezamenlijke boodschap is dat zorgorganisaties gedwongen moeten worden om goed werkgever te zijn. De minister ziet alvast in de praktijk dat “veel werkgevers de organisatie anders aan het inrichten zijn … en er is door veel zorgwerkgevers al actief ingezet op goed en modern werkgeverschap.” Voor de zzp’er zelf betekent dit dat zijn positie in de discussie volledig wordt genegeerd, terwijl juist hij of zij de gaten in de roosters dagelijks dichten.

Ministerie van VWS heeft een selectief geheugen

Het ministerie van VWS blijkt een selectief geheugen te hebben als het aankomt op de huidige ontwikkelingen en beloftes uit het verleden. Ook cijfermatige onderbouwing blijkt niet nodig om de Tweede Kamer te informeren. Een aantal relevante punten die je niet terugleest in de antwoorden op Kamervragen.

  • Sinds 2015 zijn er goedgekeurde modelovereenkomsten voor de zorg, zoals in de thuiszorg, maar die blijken vergeten;
  • Het Fiscaal Kader ZZP Zorg was twee jaar geleden nog een grote belofte bij het werken met zzp’ers in de zorg;
  • Talloze beloftes over de zelfstandige positie van solistisch werkenden in de zorg lijken niet meer te bestaan;
  • Zo werd in 2015 al bevestigd dat de kwaliteitswet Wkkgz ook bij onderaannemerschap juist ruimte biedt;
  • Sinds kwartaal 2 ’25 stijgt het aantal zzp’ers in de zorg weer. Want het dienstverband is nog steeds niet op orde.

Uiteindelijk gaat niet de minister van Volksgezondheid of de Belastingdienst, maar de rechter over schijnzelfstandigheid en ondernemerschap in de zorg. Ook zonder de kwaliteitswet werkte een operatieassistent al als zelfstandige. Kansen genoeg dus. Om in de woorden van deze nieuwe minister te blijven, “het opheffen van het handhavingsmoratorium heeft niets veranderd aan de wet- en regelgeving”. Dat geldt dus ook voor de zorg en voor de mogelijkheden om te werken als zelfstandige. Het enige dat is gewijzigd, is de politieke bril waarmee er naar zelfstandigen in de zorg gekeken wordt. De publieke sector moet gedwongen worden om zonder zzp’ers te werken. Ongeacht de consequenties voor vaste medewerkers.

 

Bron: zzp-erindezorg.nl